Publié le 18 avril 2024

De prestaties van gerecycleerde sportkleding hangen niet af van het ‘eco’-label, maar van de onderliggende materiaalwetenschap die de vezelstructuur bepaalt.

  • Mechanische recycling leidt vaak tot kortere, zwakkere vezels die comfort en duurzaamheid verminderen (bv. microplastics, pilling).
  • Chemische recycling kan vezels op moleculair niveau herstellen, wat resulteert in een kwaliteit die gelijkwaardig is aan of zelfs superieur is aan nieuw materiaal.

Aanbeveling: Kijk verder dan vage ‘groene’ claims. Evalueer kleding op basis van transparantie over het recyclingproces en specifieke prestatiekenmerken, niet enkel op de gerecycleerde oorsprong.

De belofte van sportkleding gemaakt van gerecycleerde PET-flessen klinkt perfect. U draagt bij aan een schonere planeet terwijl u uw sportieve prestaties levert. Maar als materiaalontwikkelaar, die dagelijks de grenzen van textielprestaties opzoekt, weet ik dat de realiteit complexer is. De gangbare opvatting is dat ‘gerecycleerd’ automatisch ‘goed’ is. We kopen een fleece van gerecycleerd polyester en voelen ons deugdzaam. Maar wat als diezelfde fleece bij elke wasbeurt de oceaan vervuilt? Wat als het comfort en de levensduur van die kleding aanzienlijk lager liggen dan die van zijn ‘vervuilende’ tegenhanger?

De echte vraag is niet óf we afval moeten hergebruiken, maar hóé we dat doen. De sleutel tot performante én duurzame sportkleding ligt niet in de marketing, maar in de moleculaire structuur van de vezel. Het verschil tussen een broze, korte vezel uit een mechanisch versnipperde fles en een lange, sterke vezel uit een chemisch gedepolymeriseerd proces is gigantisch. Het bepaalt alles: het vochtregulerend vermogen, de weerstand tegen pilling en de uiteindelijke levensduur van het kledingstuk.

Dit artikel doorbreekt de mythes. We duiken in de wetenschap achter de vezels om de harde waarheid te onthullen. We analyseren waarom de ene gerecycleerde stof superieur presteert en de andere een schoolvoorbeeld is van greenwashing. Van microplasticvervuiling in de Schelde tot de complexiteit van textielinzameling in België, we leggen de volledige levenscyclus bloot. Het doel is u uit te rusten met de technische kennis om bewuste keuzes te maken die zowel uw prestaties als de planeet ten goede komen.

In dit overzicht verkennen we de cruciale aspecten van textielrecycling en de impact ervan op de prestaties en duurzaamheid van uw kleding. De volgende secties bieden een diepgaande analyse van de belangrijkste uitdagingen en innovaties in de sector.

Waarom vervuil je de oceaan elke keer als je je fleece wast en wat doe je eraan?

Het zachte, comfortabele gevoel van een fleece trui heeft een verborgen keerzijde: microplastics. Vooral fleeces gemaakt van mechanisch gerecycleerd polyester hebben de neiging om bij elke wasbeurt duizenden minuscule plastic vezels los te laten. Dit komt omdat het mechanische proces – het versnipperen en omsmelten van PET-flessen – de polymeerketens van het plastic verkort. Het resultaat is een kortere, brozere vezel die gemakkelijker breekt onder de mechanische stress van een wasmachine. Deze microvezels zijn te klein om door waterzuiveringsinstallaties gefilterd te worden en komen zo rechtstreeks in onze rivieren en oceanen terecht.

De omvang van dit probleem in onze achtertuin is alarmerend. Metingen in de Belgische kustzone tonen een concentratie van gemiddeld 1270 afvalitems per vierkante kilometer, waarvan 80 tot 90% plastic is. Verder onderzoek toont aan dat dit plastic zich ophoopt in onze estuaria. De bodem van de Schelde, bijvoorbeeld, bevat op sommige plaatsen 2000 tot 4000 microplastics per kilogram droog sediment. Dit betekent dat onze lokale ecosystemen een enorme last dragen, deels veroorzaakt door onze kledingkasten.

Wat kunt u hier als sporter aan doen? Ten eerste, kies indien mogelijk voor kleding gemaakt van chemisch gerecycleerd polyester of materialen met inherent langere vezels. Ten tweede, pas uw wasroutine aan. Was synthetische kleding minder vaak, op lagere temperaturen en met een lager toerental. Het gebruik van een speciale waszak, zoals een Guppyfriend, kan tot 90% van de loskomende vezels opvangen. Dit zijn geen perfecte oplossingen, maar het zijn concrete stappen om de impact van uw sportgarderobe op de moleculaire vervuiling van onze waterwegen te minimaliseren.

Hoe wordt een oud katoenen T-shirt omgezet in een nieuwe vezel zonder kwaliteitsverlies?

Terwijl de recycling van polyester vaak leidt tot kwaliteitsverlies (downcycling), boekt de technologie voor katoenrecycling enorme vooruitgang om dit te voorkomen. De uitdaging bij katoen is de vezellengte. Traditionele mechanische recycling, waarbij textiel wordt verscheurd, verkort de katoenvezels drastisch, wat resulteert in een zwakker garen dat moet worden gemengd met nieuwe vezels. De echte innovatie zit in chemische recycling, een proces dat de vezel niet vernietigt maar op moleculair niveau opnieuw opbouwt.

Bij dit proces wordt het oude katoentextiel opgelost in een niet-toxisch oplosmiddel, waardoor een zuivere cellulosepulp ontstaat. Deze pulp is chemisch identiek aan de cellulose uit hout of nieuw katoen. Vervolgens wordt deze pulp door een spinmachine geperst om een volledig nieuwe vezel te creëren, zoals Lyocell of TENCEL™. Omdat deze vezel vanaf nul wordt opgebouwd, kan de vezellengte en -sterkte volledig worden gecontroleerd. Het resultaat is een materiaal dat vaak zelfs betere prestatiekenmerken heeft dan het origineel: het is sterker, zachter en heeft een beter vochtabsorberend vermogen.

Visualisatie van het textielrecyclingproces van oud katoen naar nieuwe vezels

Dit proces transformeert afgedankt textiel van afval tot een hoogwaardige grondstof. Het is een perfect voorbeeld van een gesloten kringloop (closed-loop) systeem. Zoals experts bij Afval Circulair het verwoorden: « Bij chemische recycling wordt het textiel als het ware opgelost tot bouwstenen voor nieuwe vezels ». Deze aanpak is essentieel om de afhankelijkheid van nieuwe grondstoffen, zoals waterintensief katoen, te verminderen. Het biedt een toekomst waarin een oud T-shirt niet het einde van zijn leven bereikt, maar de geboorte van een nieuwe, hoogwaardige vezel betekent.

Oude wol of nieuwe scheerwol: welke trui gaat het langst mee zonder te pillen?

Intuïtief zou men denken dat nieuwe scheerwol altijd superieur is aan gerecycleerde wol. In de praktijk hangt de duurzaamheid, en met name de neiging tot pillen, volledig af van de kwaliteit van de vezelstructuur, niet van de oorsprong. Pilling ontstaat wanneer korte of losse vezels aan het oppervlak van een stof samenklitten tot kleine bolletjes. De lengte en de fijnheid van de wolvezel zijn hierbij de allesbepalende factoren.

Hoogwaardige nieuwe scheerwol, gekenmerkt door lange, fijne vezels (zoals merino), zal nauwelijks pillen. Echter, goedkope nieuwe wol met kortere, grovere vezels zal snel tekenen van slijtage vertonen. Hetzelfde principe geldt voor gerecycleerde wol. Als de recyclingmethode de vezels beschadigt en verkort, zal de resulterende trui van lage kwaliteit zijn. Maar geavanceerde sorteer- en recyclingprocessen kunnen hoogwaardige wollen kledingstukken identificeren en hun lange vezels intact houden. Een trui gemaakt van dergelijke ‘premium’ gerecycleerde wol kan een goedkope trui van nieuwe scheerwol ver overtreffen in duurzaamheid en weerstand tegen pilling.

Als materiaalontwikkelaar focus ik op meetbare indicatoren. Een lange vezelstapel, een hoge weefdichtheid en een sterk getwijnd garen zijn de technische kenmerken die pilling tegengaan, of de wol nu nieuw of gerecycleerd is. Het is een misvatting om ‘gerecycleerd’ als een monolithisch kwaliteitslabel te zien. De consument moet leren om de onderliggende materiaaleigenschappen te beoordelen.

Checklist: Kwaliteit van wol beoordelen

  1. Vezellengte controleren: Wrijf zachtjes over het oppervlak. Als er snel veel losse vezels verschijnen, wijst dit op korte vezels en een hoog risico op pilling. Zoek naar een glad, strak oppervlak.
  2. Weefdichtheid evalueren: Houd het kledingstuk tegen het licht. Een dichter, strakker brei- of weefsel laat minder licht door en houdt de vezels beter op hun plaats.
  3. Garenkwaliteit beoordelen: Bekijk het garen van dichtbij. Een garen dat uit meerdere, strak in elkaar gedraaide draden bestaat (getwijnd garen) is aanzienlijk sterker en pilt minder dan een enkelvoudig, los gesponnen garen.
  4. Herkomst verifiëren: Informeer naar de bron. Wol van gespecialiseerde rassen of regio’s, zoals de lokale Belgische wol uit de Ardennen, staat vaak bekend om superieure vezeleigenschappen die de duurzaamheid ten goede komen.
  5. Verzorgingsinstructies volgen: Controleer het label. Een kledingstuk van hoge kwaliteit vereist vaak specifieke zorg, zoals handwas of een wolprogramma op lage temperatuur, om de vezelstructuur te beschermen en de levensduur te maximaliseren.

Het label-misverstand dat je doet denken dat je goed bezig bent terwijl het greenwashing is

In de race naar duurzaamheid is een wildgroei aan ‘groene’ labels en vage claims ontstaan, wat het voor consumenten extreem moeilijk maakt om echt duurzame keuzes te onderscheiden van slimme marketing, oftewel greenwashing. Een label met « eco-friendly », « groen » of « bewust » zonder verdere specificatie is vaak een rode vlag. Echte duurzaamheid is specifiek, meetbaar en transparant.

Een typisch voorbeeld van greenwashing is een T-shirt dat wordt gepromoot als ‘duurzaam’ omdat het 5% gerecycleerd polyester bevat. Hoewel technisch correct, is de impact minimaal en de claim disproportioneel. Echte duurzame merken specificeren het exacte percentage gerecycleerd materiaal en streven naar een substantieel aandeel (idealiter boven de 30%). Een ander signaal is de focus op één enkel aspect. Een merk kan bijvoorbeeld de nadruk leggen op het gebruik van biologisch katoen, terwijl het de arbeidsomstandigheden in de fabrieken of het enorme waterverbruik in het verfproces volledig negeert. Duurzaamheid is holistisch en omvat de hele toeleveringsketen, van grondstof tot eindproduct en verder.

Kritische analyse van misleidende duurzaamheidslabels in de kledingindustrie

De meest betrouwbare indicatoren zijn onafhankelijke, externe certificeringen. Labels zoals GOTS (Global Organic Textile Standard) garanderen niet alleen biologische vezels, maar stellen ook strenge eisen aan chemicaliëngebruik en sociale omstandigheden. Het Cradle to Cradle certificaat gaat nog een stap verder en beoordeelt een product op zijn volledige circulariteit: is het ontworpen om veilig terug te keren naar de biologische of technische kringloop? De onderstaande tabel, gebaseerd op een recente analyse van duurzaamheidsclaims, helpt om de signalen te herkennen.

Echte Duurzaamheid vs. Greenwashing Signalen
Kenmerk Echte Duurzaamheid Greenwashing Signaal
Claims Specifiek met percentages Vaag (‘eco-friendly’, ‘groen’)
Transparantie Volledige supply chain info Alleen eindproduct focus
Certificering Erkende labels (GOTS, Cradle to Cradle) Eigen ‘groene’ labels
Recyclage Minimaal 30% gerecycled materiaal <10% met grote claims
Productie Lokale/regionale productie Verre productie ondanks ‘lokaal’ imago

Wanneer kunnen we onze oude kleding in de blauwe zak stoppen?

Het antwoord op deze vraag is kort en ondubbelzinnig: nooit. De blauwe PMD-zak in België is uitsluitend bedoeld voor Plastic verpakkingen, Metalen verpakkingen en Drankkartons. Textiel, zelfs als het synthetisch is en dus uit plastic bestaat, hoort hier absoluut niet in thuis. Deze regel is cruciaal voor de efficiëntie van ons recyclagesysteem.

Het standpunt van Fost Plus, de organisatie achter de PMD-inzameling, is glashelder, zoals blijkt uit hun officiële richtlijnen. In een directe communicatie stelden zij:

Nooit. Textiel hoort niet in de PMD-zak omdat het het sorteer- en recyclageproces van plastic, metaal en drankkartons volledig verstoort.

– Fost Plus, Officiële richtlijnen voor PMD-inzameling België

Textiel kan vastraken in de sorteermachines, de optische sensoren die verschillende soorten plastic moeten herkennen in de war brengen en de balen van gesorteerd materiaal vervuilen. Dit leidt tot stilstand, extra kosten en een lagere kwaliteit van de gerecycleerde grondstoffen. Terwijl uw PET-fles perfect kan worden gerecycleerd tot een nieuwe fles – een proces dat in België lokaal gebeurt – verstoort een T-shirt in dezelfde zak dat hele systeem.

Case Study: De Filao PET-recyclagefabriek in Charleroi

Een perfect voorbeeld van een functionerende kringloop is de Filao-fabriek in Charleroi. Sinds eind 2022 verwerkt deze fabriek, de eerste in zijn soort in België, jaarlijks 40.000 ton PET-afval uit vijf Belgische sorteercentra. De ingezamelde PET-flessen worden er omgezet in hoogwaardige r-PET korrels, die direct worden gebruikt voor de productie van nieuwe flessen. Dit toont aan dat een zuivere afvalstroom, zonder vervuiling door bijvoorbeeld textiel, essentieel is voor succesvolle, lokale recycling op industriële schaal.

Oude kleding heeft zijn eigen specifieke inzamelkanalen: de textielcontainers of kringloopwinkels. Daar wordt het gesorteerd voor hergebruik of, indien niet meer draagbaar, voor materiaalrecycling tot bijvoorbeeld isolatiemateriaal of nieuwe garens. Het respecteren van deze gescheiden stromen is een fundamentele stap in de richting van een werkende circulaire economie.

Waarom wordt jouw afval binnen 5 jaar je duurste grondstof?

De perceptie van afval ondergaat een radicale transformatie. Wat we vandaag weggooien, wordt de meest strategische en waardevolle bron van grondstoffen voor morgen. Deze verschuiving wordt aangedreven door een combinatie van wetgeving, grondstofschaarste en technologische innovatie. De lineaire economie – produceren, gebruiken, weggooien – is simpelweg niet langer houdbaar, noch economisch rendabel.

De belangrijkste motor achter deze verandering is de steeds strengere Europese regelgeving. Een concreet voorbeeld is de verplichting die eraan komt voor de textielindustrie. Volgens nieuwe Europese regelgeving moet nieuwe kleding die op de markt komt vanaf 2025 een minimumpercentage gerecycleerd materiaal bevatten, oplopend tot minstens 25%. Dit creëert een plotselinge, massale vraag naar hoogwaardige gerecycleerde vezels. Bedrijven die geen toegang hebben tot deze secundaire grondstoffen, zullen geconfronteerd worden met hogere kosten en mogelijke productiebeperkingen. Afval is niet langer een kostenpost, maar een strategisch bedrijfsmiddel.

Tegelijkertijd worden primaire grondstoffen zoals katoen en aardolie (voor polyester) steeds duurder en volatieler door geopolitieke spanningen en de klimaatcrisis. De prijs van een ton gerecycleerd materiaal wordt daardoor steeds competitiever. Bedrijven die investeren in circulaire ketenintegratie – het controleren van de volledige cyclus van inzameling tot productie – bouwen een enorm concurrentievoordeel op. Zij verzekeren hun eigen toevoer van grondstoffen en zijn minder afhankelijk van de volatiele wereldmarkt.

Case Study: Wolkat, meesters in circulaire ketenintegratie

Het Belgisch-Nederlandse familiebedrijf Wolkat in Tilburg is een pionier en het enige textielbedrijf ter wereld dat de volledige recyclingketen beheerst. Al vier generaties lang perfectioneren zij het proces van inzamelen, sorteren, recyclen, spinnen en weven, allemaal onder één dak. Door deze totale controle kunnen ze de kwaliteit van hun gerecycleerde garens garanderen en leveren aan de mode-, auto- en meubelindustrie. Wolkat transformeert textielafval direct in nieuwe, hoogwaardige producten en demonstreert hoe afval de meest betrouwbare grondstof van de toekomst wordt.

Waarom is je waterdichte jas vaak vervuilender dan een plastic zak?

Een waterdichte jas is een technisch hoogstandje, ontworpen om je te beschermen tegen de elementen. Ironisch genoeg schuilt de grootste milieu-impact vaak precies in de technologie die hem waterdicht maakt: de coating. Veel waterafstotende behandelingen (Durable Water Repellent of DWR) maken gebruik van per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS), een groep van duizenden synthetische chemicaliën. Deze ‘forever chemicals’ zijn extreem persistent; ze breken nauwelijks af in het milieu en hopen zich op in water, bodem en levende organismen, inclusief de mens.

De productie en het gebruik van kleding met PFAS-coatings leiden tot een continue vervuiling gedurende de hele levenscyclus. Tijdens de productie komen ze in het afvalwater terecht. Tijdens het dragen en wassen slijten de chemicaliën en komen ze vrij in de omgeving. En aan het einde van de levensduur, wanneer de jas wordt verbrand of gestort, blijven de PFAS-moleculen intact en verspreiden ze zich verder. In vergelijking met een simpele plastic zak, die voornamelijk een probleem van fysiek zwerfvuil vormt, introduceert een PFAS-gecoate jas een onzichtbare, chemische vervuiling met een potentieel veel grotere en langdurigere toxicologische impact.

De textielindustrie is zich bewust van dit probleem en er wordt volop gezocht naar PFAS-vrije alternatieven. Deze zijn vaak gebaseerd op siliconen, was of andere polymeren. Als consument is het cruciaal om actief op zoek te gaan naar jassen die expliciet als ‘PFAS-vrij’ of ‘PFC-vrij’ worden gelabeld. Dit is een veel belangrijker duurzaamheidskenmerk dan het percentage gerecycleerd materiaal in de stof. De ecologische voetafdruk van textiel is immers immens, met een impact die veel verder gaat dan enkel de grondstof. Zo blijkt uit onderzoek dat er voor de productie van één katoenen T-shirt maar liefst 2.700 liter water nodig is. Dit toont aan dat we de volledige impact, inclusief chemisch gebruik, moeten overwegen.

Essentiële inzichten

  • De recyclingmethode (mechanisch vs. chemisch) is belangrijker voor de kwaliteit en prestaties van sportkleding dan de loutere ‘gerecycleerde’ oorsprong.
  • Microplasticvervuiling is een significant nadeel van synthetische stoffen, maar kan beperkt worden door bewuste wasroutines en materiaalkeuze.
  • Echte duurzaamheid vereist een kritische blik die verder gaat dan vage marketinglabels en focust op transparantie in de hele keten en erkende certificeringen zoals GOTS.

Het label-misverstand dat je doet denken dat je goed bezig bent terwijl het greenwashing is

Een meer geavanceerde, en daarom verraderlijkere, vorm van greenwashing gaat niet over de oorsprong van het materiaal, maar over het einde van de levensduur. Een merk kan met trots een jas promoten die gemaakt is van « 100% gerecycleerde PET-flessen », wat de consument een goed gevoel geeft. Maar als diezelfde jas een voering van een ander materiaal heeft, ritsen van metaal en een waterdichte coating van een derde type polymeer, is hij in de praktijk volledig onrecyclebaar.

Dit is de paradox van ‘ontworpen voor recycling’ versus ‘ontworpen om te recyclen’. Het eerste verwijst naar het gebruik van gerecycleerde input, het tweede naar de mogelijkheid om het eindproduct opnieuw te recyclen. Een product dat is samengesteld uit meerdere, onscheidbare materialen (zogenaamde ‘monstrous hybrids’) kan aan het einde van zijn levensduur alleen nog verbrand of gestort worden. De circulaire belofte wordt zo volledig tenietgedaan. De consument denkt een circulaire aankoop te doen, maar koopt in feite een eindstationproduct.

Echte circulaire innovatie focust op ‘monomateriaal’ ontwerp. Dit betekent dat een kledingstuk, inclusief garen, ritsen en labels, zo veel mogelijk uit één enkel type polymeer (bv. polyester) wordt gemaakt. Dit maakt het demonteren en recyclen aan het einde van de levensduur exponentieel eenvoudiger en efficiënter. Merken die hierin investeren, zijn de ware pioniers. Zij denken niet alleen na over de marketing van vandaag, maar over de materiaalkringloop van morgen.

Als consument is het uw recht en plicht om hier kritische vragen over te stellen. Vraag niet alleen « Is het gerecycleerd? », maar ook « Is het recyclebaar? ». Een merk dat geen duidelijk antwoord kan geven op de end-of-life strategie voor hun producten, heeft zijn circulaire huiswerk waarschijnlijk niet gemaakt. De focus moet verschuiven van een eenmalige ‘goede daad’ (het kopen van gerecycleerd materiaal) naar het investeren in een systeem dat oneindige cycli mogelijk maakt.

Wees veeleisend als consument. Vraag niet alleen « waar komt het vandaan? », maar ook « waar gaat het naartoe? ». Uw kritische vragen zijn de krachtigste motor voor echte innovatie in de textielindustrie en dwingen merken om verder te gaan dan oppervlakkige greenwashing.

Rédigé par Sofie Mertens, Sustainable Fashion Stylist en textielkundige, gespecialiseerd in materiaalkennis, vintage mode en garderobe-management. Ze heeft 10 jaar ervaring in de Antwerpse modesector en zet zich in voor slow fashion.